Menu

Hoe werkt het constructiemodel?

Het model dat wij opbouwen in SCIA Engineer en gebruiken voor de berekening is wat men noemt het analytisch model of rekenmodel. Dit is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid, waarbij balken bijvoorbeeld worden voorgesteld als 1D lijnen. Lokale details, zoals hoe de balk wordt afgesneden ter hoogte van de kolom, worden hierbij genegeerd. Voor sommige toepassingen, zoals het modelleren van verbindingen, is het echter soms nodig om deze details te kennen. Daarom bestaat er een tweede soort model binnen SCIA Engineer: het constructiemodel. In dit model zijn balken 3D elementen en worden de verbindingen tussen de elementen correct weergegeven:

Het constructiemodel heeft drie hoofdtoepassingen binnen SCIA Engineer:

  1. Modelleren van verbindingen
  2. IFC bestanden exporteren het constructiemodel
  3. Juiste weergave voor 3D afbeeldingen

Om het constructiemodel weer te geven moet eerst de functionaliteit ‘constructiemodel’ geactiveerd zijn in de projectgegevens. Deze wordt ook automatisch geactiveerd wanneer staalverbindingen geselecteerd zijn. Ga vervolgens naar Beeld > Stel beeldparameters in > Genereer constructiemodel:

Een keer het constructiemodel is gegenereerd kan je tussen beide modellen wisselen onder Beeld > Stel beeldparameters in of in het algemene beeldparameters menu onder het constructie tabblad:

SCIA Engineer: Beeldparameters

Om te beslissen welk element wordt doorgetrokken en welk element wordt afgesneden wordt naar de prioriteit van de elementen gekeken. Het element met de laagste prioriteit wordt afgesneden. Hebben beide elementen dezelfde prioriteit, dan worden ze beiden afgesneden in het punt waar ze kruisen.

SCIA Engineer; prioriteiten

Standaard is de prioriteit van het element het getal tussen de aanhalingstekens achter het elementtype (rode rechthoekje). Dit kan overschreven worden door onder Constructiemodel te kiezen voor ‘handmatig gedefinieerd’ bij de prioriteit definitie (groen rechthoekje).

SCIA Engineer: staaf eigenschappen

In het paars zie je dat er excentriciteiten gedefinieerd kunnen worden specifiek voor het constructiemodel. Deze excentriciteiten staan volledig los van de excentriciteiten in het rekenmodel. Dit laat toe om een element excentrisch weer te geven, maar deze excentriciteit niet mee te nemen voor de berekening.